Page content

article content

Beelddenken en metriekstelsel

Beelddenken en metriekstelsel

Beelddenkers vinden het metriek stelsel lastig.

Op de basisschool komen de kinderen voor het eerst in aanraking met het metriek stelsel. De kinderen beginnen meestal met meter en centimeter. Deze abstracte begrippen zegt de beelddenker niet zo veel.

Het metriek stelsel in één beeld.

Een Beelddenker wil graag eerst het geheel zien en dan terug naar de analyse. Daarom heb ik als wiskunde docent jaren geleden het metriek stelsel als geheel in een beeld gebracht.

Vanuit het geheel van deze Metriek stelsel poster kunnen we starten met de uitleg van maten en meten.

Bijvoorbeeld:

` Kijk eens naar deze poster. Deze poster geeft maten aan. Maten waarmee we kunnen meten.

We kunnen lengtes meten, maar ook oppervlaktes, vaste inhoud, vloeibare inhoud en gewicht.

Je ziet in elke rij de standaardmaat precies in het midden staan.`

Wat bedoelen we met lengte?

Lengte is de maat waarbij we meten hoe lang iets is. De standaardmaat is meter.

Hoe rekenen we met lengtes?

Gaan we naar rechts op de rij van de lengtes, dan komt er een nul bij, dus 1 meter = 10 decimeter = 100 centimeter.

Gaan we naar links op de rij van de lengtes, dan gaat er een nul af, dus 1000 meter = 100 decameter = 10 hectometer = 1 kilometer.
Of … de komma verplaatst, bijvoorbeeld: 1 meter = 0,1 decameter.

Wat bedoelen we met oppervlakte?

Oppervlakte is de maat om tweedimensionaal aan te geven hoe groot iets is. Makkelijker gezegd: hoe groot is de vloer van de woonkamer, of hoe groot is het voetbalveld.

Hoe berekenen we de oppervlakte?

Rekenvoorbeeld:

De vloer van een woonkamer is 9 meter lang en 4 meter breed.

Hoe groot is dan de oppervlakte van de woonkamer?

De oppervlakte van de woonkamer is: lengte x breedte = l x b = 9 x 4 = 36 m².

Wat bedoelen we met inhoud?

Inhoud is de maat om driedimensionaal aan te geven hoe groot iets is. Makkelijker gezegd: hoeveel gaat er in een doos?

Hoe berekenen we de inhoud van een doos?

De inhoud is lengte x breedte x hoogte (l x b x h).

Rekenvoorbeeld:

Een doos is 2 meter lang, 2 meter breed en 4 meter hoog.

Wat is de inhoud van de doos? De inhoud van de doos is: lengte x breedte x hoogte = l x b x h = 2 x 2 x 4 = 16 m³.

Hoe rekenen we de inhoud met vloeistof uit?

De inhoud die vloeibaar is meten we met de maat liter. Dus hoeveel liter gaat er in een plastic bak?

Rekenvoorbeeld:

Een plastic bak is 2 meter lang, 2 meter breed en 4 meter hoog.

Wat is de inhoud van de plastic bak? De inhoud van de plastic bak is: lengte x breedte x hoogte = 2 x 2 x 4 = 16 m³.

We moeten nu 16 m³ omzetten naar liter.

1 dm³ = 1 liter

We zien op de poster dat 1 dm³ = 1 liter.

Dus we gaan 16 m³ omzetten naar dm³ (kubieke decimeter). Dat is:  16 m³ = 16.000 dm³ (1 plaats naar recht is bij kubieke 3 nullen).

Er gaat dus 16.000 liter vloeistof in de plastic bak.

Hoe zit het met gewicht?

Gewicht is de maat om aan te geven hoe zwaar iets is. We berekenen het gewicht meestal met een weegschaal.

We zien op de poster dat 1 kilogram = 10 hectogram = 100 decagram = 1000 gram

Voorbeeld: een appel weegt 100 gram. Hoeveel wegen 10 appels?  10 appels wegen 10 x 100 = 1000 gram = 1 kilo.

Beelddenken en metriekstelsel

Poster Beeld en Brein Metriekstelsel

Gratis downloaden Beeld en Brein Metriekposter.

Veel meetplezier!

Beelddenken en metriekstelsel

Anneke Bezem