Signaalwoorden hulpmiddel voor beelddenkers met een zwak tekstbegrip
18 mei 2020 

Signaalwoorden hulpmiddel voor beelddenkers met een zwak tekstbegrip

Signaalwoorden: hulpmiddel voor beelddenkers met een zwak tekstbegrip.

Signaalwoorden is een hulpmiddel voor pubers met een zwak tekstbegrip. Hoe komt het dat een Beelddenker een zwak tekstbegrip heeft. Dit heeft te maken met het feit dat een beelddenker de woorden die hij leest omzet in beelden. Deze beelden vormen vaak een film. De beelden komen niet netjes op volgorde. Nee… chaotisch en door elkaar.

Het feit dat de beelden niet netjes op volgorde komen, heeft te maken met de informatieverwerking van de beelddenker. De beelddenker verwerkt zijn informatie vanuit het geheel op een associatieve manier. Bijvoorbeeld: de beelddenker leest `De dolfijn zwemt in de zee`. Na het woord dolfijn krijgt de beelddenker (onbewust) associaties als: in de dierentuin had hij een dolfijn gezien, een dolfijn hoort tot de walvisachtigen…enz. Dus als de beelddenker bij het woord zee is aangekomen, denkt hij misschien aan een walvis die in de zee zwemt.

Beelddenken vraagt veel concentratie.

Tekstbegrip vraagt van de beelddenker dus heel veel concentratie om niet afgeleid te worden door zijn associaties.

Beelddenken en zwak tekstbegrip

Tekstbegrip op drie niveaus.

We kunnen tekstbegrip op drie niveaus bekijken.

  1. Woordbegrip
  2. De grote lijn van de tekst.
  3. Het verband tussen zinnen en tussen alinea`s.

Dit niveau heeft te maken met de woordenschat. Een beelddenker heeft vaak een kleine woordenschat. De beelddenker hanteert zijn eigen taal. Dus hij zegt altijd boot bij het beeld van een boot en zal dan niet het woord schip zeggen. Het kan zelfs zo zijn dat als er in de tekst `schip` staat en de beelddenker `boot` leest.

Een Beelddenker heeft een kleine woordenschat doordat de beelddenker bij moeilijke woorden, zoals bijvoorbeeld democratisch, geen beeld kan vormen. Het is belangrijk om de woordenschat te vergroten, omdat daardoor het tekstbegrip ook beter zal worden.

Je kunt de woordenschat vergroten met een ‘moeilijke-woorden-schrift’ .

Pak een nieuw schrift en laat de beelddenker elke dag drie woorden opschrijven, waarvan hij de betekenis niet kent. Laat de beelddenker zelf de betekenis opzoeken in het woordenboek of op internet en schrijf de betekenis achter het woord in het schrift. Deze oefening vraagt weinig tijd. Ongemerkt bouw je op deze manier een behoorlijke woordenschat op.

Tip: De beelddenker zoekt drie woorden uit de krant of een boek die hij niet kent. Dit bevordert ook nog eens het lezen!

De grote lijnen van de tekst of anders gezegd de rode draad van de tekst is bij de beelddenker prima in orde.

Het zien van verbanden tussen zinnen en tussen alinea`s is zwak bij een beelddenker. Dit heeft weer te maken met hun associatieve en chaotische manier van informatie verwerken. Het is daarom aan te raden om beelddenkers uit te leggen wat signaalwoorden zijn en wat signaalwoorden betekenen in een tekst. Dit zal het tekstbegrip bevorderen.

Signaalwoorden is een handig hulpmiddel bij het verband tussen alinea’s zoeken. Signaalwoorden geven het verband aan tussen (delen van) zinnen en tussen alinea’s. Ze geven belangrijke informatie over de opbouw van een tekst of tekstgedeelte . Zo kunnen signaalwoorden een opsomming aankondigen of duidelijk maken dat er sprake is van een voorbeeld of een verklaring. Let er dus goed op bij het maken van vragen bij een tekst en bij het schrijven van een samenvatting: signaalwoorden zijn een belangrijk hulpmiddel.

Hieronder volgt een lijst met signaalwoorden die onderverdeeld zijn in:
opsomming, tegenstelling, oorzaak-gevolg, reden-verklaring, doel-middel, toelichting, vergelijking, voorwaarde, conclusie en samenvatting.

 

Opsomming

  • ook
  • bovendien
  • verder
  • eveneens
  • dan
  • vervolgens
  • daarnaast
  • ten eerste
  • ten tweede
  • zowel…als.

Tegenstelling

  • maar
  • echter
  • toch
  • daarentegen
  • in tegenstelling tot
  • daar staat tegenover dat
  • enerzijds
  • anderzijds.

Oorzaak-gevolg

  • daardoor
  • door
  • doordat
  • waardoor
  • zodat
  • te danken aan
  • te wijten aan
  • het gevolg van
  • ten gevolge van
  • de oorzaak hiervan is.

Reden-verklaring

  • want
  • omdat
  • daarom
  • waarom
  • namelijk
  • immers
  • aangezien.

Doel-middel

  • door middel van
  • met de bedoeling om
  • met behulp van
  • om te
  • daartoe
  • opdat.

Toelichting

  • denk hierbij aan
  • bijvoorbeeld
  • zo
  • dat komt voor bij
  • ter illustratie
  • dat is het geval bij.

Vergelijking

  • net als
  • zoals
  • zo ook
  • eveneens
  • evenals
  • eenzelfde
  • hetzelfde als
  • dezelfde als
  • in vergelijking met
  • soortgelijke.

Voorwaarde

  • als
  • indien
  • mits (op voorwaarde dat)
  • tenzij (behalve wanneer)
  • stel dat

Conclusie

  • dan ook
  • dus
  • aldus
  • hieruit volgt
  • concluderend.

Samenvatting

  • kortom
  • samenvattende
  • alles bij elkaar genomen
  • om kort te gaan.

Veel plezier met tekstbegrip!

hulpmiddel voor beelddenkers met een zwak tekstbegrip

Anneke Bezem