Page content

article content

Tien spelletjes voor het hele gezin.

Tien spelletjes voor het hele gezin.

Even geen thuiswerk van school met de kinderen…maar lekker paasweekend! Tien leuke spelletjes om met het hele gezin te doen in de huiskamer of in de tuin. De spelletjes zijn ook nog zinvol om het geheugen van de kinderen (en misschien de ouders) te prikkelen. Dit is belangrijk om de verbindingen tussen de neuronen in het brein aan het werk te houden. En… bij verschillende spellen wordt het lachen! Lachen is belangrijk voor de aanmaak van neurotransmitters om goed te kunnen leren.

Wat kunnen we doen met het Paasweekend met het gezin?

We hebben tien spelletjes op een rij gezet. Het zijn spelletjes die vooral leuk zijn om te doen, maar ook het geheugen prikkelen en de concentratie bevorderen.
Ga lekker aan de slag met elkaar!geheugen en beelddenken

Welke materialen heb je nodig?

  • schetsblok
  • potloden
  • gum
  • puntenslijper

 Hieronder volgt de beschrijving van de tien spelletjes.

Spel 1
Duo-tellen

Deze oefening doen we in tweetallen. Ga tegenover elkaar zitten. Laten we even de ene persoon, persoon A noemen, en de andere persoon B.
We gaan om de beurt tellen tot drie.
Dit gaat als volgt:
persoon A zegt: een
persoon B zegt: twee
persoon A zegt: drie
persoon B zegt: een
persoon A zegt twee……enz.

Geniet  van het plezier en de mogelijke verwarring.

Nu een uitbreiding van de oefening:
Bij het noemen van het getal twee klappen we in beide handen.

Dit gaat als volgt:
persoon A zegt: een
persoon B zegt: twee en klapt in beide handen
persoon A zegt: drie
persoon B zegt: een
persoon A zegt twee en klapt in beide handen ……enz.

Nog een uitbreiding:
Bij het noemen van het getal twee klappen we in beide handen en bij het noemen van het getal drie steken we de rechterarm omhoog.

Dit gaat als volgt:
persoon A zegt: een
persoon B zegt: twee en klapt in beide handen
persoon A zegt: drie en steekt de rechterarm omhoog
persoon B zegt: een
persoon A zegt twee en klapt in beide handen
persoon B zegt: drie en steekt de rechterarm omhoog……enz.

Nog een uitbreiding:
Bij het noemen van het getal één steken we de linkerarm omhoog, bij het noemen van het getal twee klappen we in beide handen en bij het noemen van het getal drie steken we de rechterarm omhoog.

vakantiespelletjes

Dit gaat als volgt:
persoon A zegt: een en steekt de linkerarm omhoog
persoon B zegt: twee en klapt in beide handen
persoon A zegt: drie en steekt de rechterarm omhoog
persoon B zegt: een en steekt de linkerarm omhoog
persoon A zegt twee en klapt in beide handen
persoon B zegt: drie en steekt rechterarm omhoog……enz.

Spel 2
Ping-pong-woorden

Je kunt deze oefening met een groep personen of minimaal met twee personen doen.

Bij deze oefening gaan we woorden opnoemen, waarbij we uiterlijk 3 seconden de tijd krijgen.

Er wordt een onderwerp bepaald, bijvoorbeeld: Spanje. De personen gaan nu om de beurt een woord noemen dat een relatie heeft met het woord Spanje.

In dit voorbeeld doen we het spel met vier personen. Het gaat als volgt. Het onderwerp is Spanje.
De eerste persoon zegt binnen 3 seconden strand, de tweede persoon zegt binnen 3 seconden Sinterklaas, de derde persoon zegt zon, de vierde persoon zegt softijs en nu weer de eerste persoon. De eerste persoon zegt vakantie, de tweede persoon zegt zwemmen, enz…

Alle woorden hebben een relatie met Spanje.
Als een persoon `eh` zegt, of langer dan 3 seconden nadenkt of een woord zegt dat genoemd is, is hij af. De winnaar mag het nieuwe onderwerp bepalen.

Variatie:

We gaan een relatie leggen met het laatst gegeven woord.
Bijvoorbeeld: De eerste persoon zegt `bal`, de tweede persoon legt een relatie met bal en zegt `voetballen`, de derde persoon legt een relatie met voetballen en zegt `scheidsrechter`, de vierde persoon legt een relatie met scheidsrechter en zegt `fluit`. Nu weer de eerste persoon. Die legt een relatie met fluit en zegt `lippen`, enz…
Dezelfde regels gelden weer: als een persoon `eh` zegt, of langer dan 3 seconden nadenkt of een woord zegt dat genoemd is, is hij af. De winnaar krijgt een punt. De persoon met de meeste punten is de winnaar van het totale spel.

geheugen en beelddenken

Spel 3
a-b-c-woorden

Je kunt deze oefening met een groep personen of minimaal met twee personen doen.

We gaan met elkaar woorden maken die beginnen met een letter volgens het a-b-c.
Voor we beginnen spreken we een onderwerp met elkaar af. Bijvoorbeeld het onderwerp: eten.
De eerste persoon start met een woord dat begint met de letter a en zegt bijvoorbeeld `andijvie`, dan zegt de tweede persoon een woord dat begint met de letter b bijvoorbeeld `banaan`, dan zegt de derde persoon een woord dat begint met de letter c bijvoorbeeld `cake`, enz…

Variatie:

Als je dit spel met een groep doet, zeggen alle personen in de eerste ronde een woord dat begint met de letter a, en dan daarna zeggen alle personen een woord dat begint met de letter b, enz…

TIP
Als het kind het alfabet nog niet goed beheerst, zeg je zelf de letter van het alfabet voor dat aan de beurt is. Of je schrijft het alfabet op het papier van het schetsblok.

Voorbeelden van onderwerpen:

dieren; aap, beer, condor (grote gier), duif…
school: aardrijkskunde, biologie, cijfer, driehoek…
vakantie: auto, boek, chalet, drop…
fruit: aalbes, banaan, citroen, druif…

tips voor onderweg

Spel 4
Golfbeweging

Dit spel kan met een groep worden gedaan, maar ook in tweetallen. Voor we starten wordt er een leider aangesteld. De oefening kan zowel zittend op een stoel als staand worden gedaan.

We gaan met elkleren en bewegenaar een golf van bewegingen maken in een bepaald ritme. We starten altijd met de beweging: klap drie keer in je handen en klap drie keer op je knieën.  De leider geeft het bewegingsritme aan. Elk bewegingspatroon wordt drie keer gedaan. Als het ritme goed in de beweging zit, wijst de leider een persoon aan. Deze persoon doet een volgende beweging voor, bijvoorbeeld: beweeg de knieën (drie keer)  tegen elkaar. Iedere persoon neemt de beweging over. De beweging wordt drie keer gedaan.

Daarna herhalen we de bewegingen vanaf het begin:

  • klap drie keer in je handen en klap drie keer op je knieën
  • beweeg de knieën drie keer tegen elkaar

Nu wijst de leider de volgende persoon aan voor een nieuwe beweging. Bijvoorbeeld: achter je lichaam in je handen klappen. Iedere persoon neemt de beweging over. De beweging wordt drie keer gedaan.

Daarna weer herhalen vanaf het begin:

  • klap drie keer in je handen en klap drie keer op je knieën
  • beweeg de knieën drie keer tegen elkaar
  • klap drie keer achter je lichaam in je handen

De leider wijst weer een persoon aan voor een nieuwe beweging. Bijvoorbeeld: stamp om de beurt met de linker- en rechtervoet op de grond. Iedere persoon neemt de beweging over. De beweging wordt drie keer gedaan.

Daarna weer herhalen vanaf het begin:

  • klap drie keer in je handen en klap drie keer op je knieën
  • beweeg de knieën drie keer tegen elkaar
  • klap drie keer achter je lichaam in je handen
  • stamp drie keer wisselend met de linkervoet en rechtervoet op de grond

Het is belangrijk dat het bewegingsritme er in blijft. Geniet met z’n allen van de bewegingen en de verwarring die waarschijnlijk ontstaat!

Spel 5
Wat voel ik?

Dit spel wordt in tweetallen gedaan.
De ene persoon `tekent` iets op de rug van de andere persoon. Dat kan een boot, een boom of een zon zijn. De persoon die tekent mag de tekening zelf bepalen. Ra, ra wat voelt de persoon?

Variatie I

Met oudere kinderen kunnen we ook een woord `schrijven `op de rug van de andere persoon. Houd het wel bij éénlettergrepige woorden zoals: boom, vis, jas, kat, poes, stoel… Een variatie hierop is spellend `schrijven`. Dus bij het woord boom `tekent` de ene persoon een b. Dit moet eerst geraden worden. Dan `tekent` hij een o enz… Uiteindelijk zal de persoon boom gevoeld hebben.

Variatie II

De oefening kan ook gedaan worden met `tekenen` of `schrijven` in de handpalm volgens dezelfde procedure als bovenstaand.

Een leuke oefening en al spelenderwijs wordt de spelling geoefend!

Spel 6

Smeltend woord

Dit spel kan met een groep worden gedaan, maar ook in tweetallen.

Schrijf een lang woord met grote letters op een blad van het schetsblok. Bij oudere kinderen kan het lange woord ook alleen geheugenworden uitgesproken.

We nemen bijvoorbeeld boomstam. Iedereen zegt het woord na. Daarna laten we aan het begin van het woord een letter `smelten`. Dus oomstam. Iedereen spreekt het gesmolten woord uit. En…er `smelt `weer een letter…omstam.
En zo gaan we door tot er geen letter meer over is.

 

boomstam

oomstam

omstam

mstam

stam

tam

am

m

Nog een voorbeeld:

zeilboot

eilboot

ilboot

lboot

boot

oot

ot

t

Dit wordt lachen met z’n allen!

Spel 7
Heet of koud

Dit spel kan met een groep worden gedaan, maar ook in tweetallen. Voor we starten wordt er een leider aangesteld. 

De leider zegt een woord, bijvoorbeeld: `ijs`. IJs is koud. We roepen KOUD en maken de bijbehorende beweging.

Zegt de leider: `zon`, dan roepen we HEET en maken de bijbehorende beweging.

Zegt de leider`: `chocolademelk`, dan roepen we NIETS, omdat chocolademelk zowel HEET als KOUD kan zijn. En we maken weer de bijbehorende beweging.

Bijbehorende beweging

KOUD: handen op de buik
HEET: handen op de knieën
NIETS: handen op de wangen

Houd de vaart in het spel, dat zal het plezier en de verwarring vergroten.

Voorbeelden van woorden:

  • winter
  • zomer
  • herfst
  • lente
  • zon
  • maan
  • soep
  • thee
  • ijs
  • sneeuw
  • stoom
  • sauna
  • douche
  • zwembad
  • ligbad
  • kampvuur
  • koelkast
  • enz…

Spel 8
Rijmt het

Dit spel kan met een groep worden gedaan, maar ook in tweetallen. Voor we starten wordt er een leider aangesteld. 

De leider zegt steeds twee woorden. De ene keer rijmen de twee woorden wel en de andere keer rijmen de woorden niet. Als de twee woorden rijmen blijven we stilzitten. Als de woorden niet rijmen gaan de armen in de lucht. Houd de vaart in het spel. Dit vergroot het plezier!

Voorbeelden van woorden die rijmen

  • zien – verdien
  • kijk – dijk
  • jij – hij
  • groen – zoen
  • vriend – verdient
  • meisje – wijsje
  • gaat – maat
  • zakken – bakken
  • pennen – rennen
  • vegen – regen
  • zon – balkon
  • lopen – kopen
  • longen – jongen
  • kikker – sticker
  • kat – mat
  • hond – stond
  • enz…

Voorbeelden van woorden die niet rijmen

  • tanden – tandem
  • iep – aap
  • leest – laat
  • prakken – prikken
  • maatje – meisje
  • vreemd – vriend
  • ramen – rennen
  • koken – kijken
  • hond – hek
  • poes – pas
  • regen – regelen
  • groen – gras
  • enz…

Wissel rijmende en niet-rijmende woorden af.

Spel 9
Alle vogels vliegen

Dit spel kan met een groep worden gedaan, maar ook in tweetallen. Voor we starten wordt er een leider aangesteld. 

De leider noemt een soort beest. Bijvoorbeeld: `mus`. En zegt daarna meteen: `Alle vogels vliegen!` En maakt een vliegende beweging. Een mus kan vliegen, dus bewegen alle personen met de leider mee door de armen mee te bewegen alsof ze vliegen. Nu zegt de leider: `hond…alle vogels vliegen` en maakt de vliegbeweging. De groep blijft stil zitten omdat een hond niet kan vliegen. Het is de bedoeling dat de leider de snelheid in het spel houdt. Daardoor wordt het lastiger om de juiste bewegingen te maken. En dat maakt het spel leuker!

Spel 10
Omgekeerde boter, kaas en eieren

beelddenken en lerenDit spel wordt in tweetallen gespeeld. We hebben papier en potlood nodig.

We starten met  het tekenen van twee horizontale lijnen en daar doorheen twee verticale lijnen. (zie foto) Er ontstaan nu negen lege vakjes. De ene persoon werkt met kruisjes en de andere persoon werkt met cirkels. We mogen om de beurt een kruisje of een cirkel in een hokje plaatsen. Je moet voorkomen dat er drie kruisjes of drie cirkels op een rij komen. Als het spel je dwingt om toch een rechte lijn te maken van drie cirkels of drie kruisjes, heb je verloren. We starten weer opnieuw en de verliezer mag nu beginnen.

Variatie
Naast de rechte horizontale en verticale lijnen doen nu ook de diagonalen mee.

Veel strategisch denkplezier!

Geniet vooral van de spelletjes en maak veel plezier met elkaar.

Veel spelplezier en fijne Paasdagen!

Team Beeld en Brein

Beelddenken en spelletjes voor Pasen

Anneke Bezem

Beelddenken en spelletjes

Marjon Lugthart