Eenheden, tientallen en honderdtallen lastig voor een beelddenker.
04 mei 2021 
in Rekenen

Eenheden, tientallen en honderdtallen lastig voor een beelddenker.

Problemen met eenheden, tientallen en honderdtallen.

Eenheden, tientallen en honderdtallen zijn vaak lastig voor een beelddenker. We zien vaak bij beelddenkers dat ze geen inzicht hebben in eenheden en tientallen. Het is belangrijk te starten met concreet materiaal. Een beelddenker wil een hoeveelheid zien.

Hoe komt het dat cijfers in een getal verwisseld worden zoals 81 in plaats van 18?

Als leerlingen de structuur van eenheden en tientallen nog niet begrijpen, kunnen zij cijfers in een getal verwisselen; 23 in plaats van 32.

Het is belangrijk dat deze leerlingen ondersteuning krijgen met concrete materialen. Als dat soepel verloopt, kunnen we aan de slag met getalkaarten.

Wat zijn getalkaarten?

Getalkaarten bestaan uit: 3 werkbladen met eenheden van 1 tot en met 9, tientallen van 10 tot en met 60, honderdtallen van 100 tot en met 600.

Knip de kaartjes van de eenheden, tientallen en honderdtallen uit.

Met deze set kaarten kun je door juist te combineren alle getallen tot en met 669 maken.

Beelddenken en Rekenen

Getalkaarten

Hoe werken we met de getalkaarten?

We starten met oefenen tot en met 19; Je hebt dus nodig: de kaart van 10 en de kaarten van alle eenheden; 1 tot en met 9.

Laat het kind de kaarten van de eenheden onder elkaar neerleggen. De 1 bovenaan en de 9 onderaan.

Het kind pakt nu ook de kaart voor de 10.

Laten we eens kijken wat deze kaart met 10 betekent.

Wat betekent die 1 van de tien? Ja, het eerste tiental.

En wat betekent de 0? 0 eenheden.

Spelen met het cijfer van de eenheden.

Nu gaan we spelen met het cijfer van de eenheden (dus de 0).

We gaan de getallen 11 tot en met 19 maken.

Leg jij eens 11 neer met de kaartjes. Dat is goed de 10 en de 1. En nu de 12. De 10 en 2. Zo gaan we door tot en met 19.

De eenheden op de 0 van de tien mogen gestapeld worden.

Nu terugtellen.

Nu gaan we terugtellen. Dit betekent de stapel afbouwen.

10 en 9 heet 19. Haal de 9 weg en je ziet een 8. Hoe heet 10 en 8? 18, heel goed.

En zo verder tot 10.

Leg nu zelf getallen: 12, 15, 17… De leerling mag het getal uitspreken en daarna splitsen en uitspreken in het tiental en eenheid. Dus bij 12, 10 en 2.

Oefen dit elke dag even kort.

 De werkbladen zijn te downloaden.

Nu oefenen zonder getalkaarten.

Als de leerling de getallen tot en met 19 beheerst, gaan we oefenen zonder getallenkaarten.

We gaan oefenen met een getaldictee.

We gaan een getaldictee doen. Het getaldictee staat op het te downloaden werkblad. Wat is een getaldictee? De begeleider zegt een getal en de leerling schrijft het getal op.

De kinderen schrijven de getallen altijd eerst met een tussenstap op.

Je zegt: `16`. De leerling zegt eerst 10 en 6 en schrijft dan 16 op. Hij schrijft eerst de 1 en dan de 6. Het getal wordt dus van links naar rechts geschreven.

Waarom moet een leerling een getal van links naar rechts schrijven?

Je kunt het kind beter deze richting aanleren, omdat de rekenmachine ook met deze volgorde werkt. De kans is anders groot dat bij het intikken van de rekenmachine de volgorde fout gaat.

Als dit goed gaat, gaan we een stapje verder.

Starten met leesoefeningen.

We gaan nu leesoefeningen  van getallen doen. Dat is weer een stapje lastiger. De leesoefeningen staan op het te downloaden werkblad.

Je laat het getal 13 zien op een kaart. De leerling zegt eerst: 10 en 3`.`En dan zegt de leerling 13.

Verder uitbouwen met getalkaarten.

Bovenstaande procedure volgen we ook als de leerling de getallen tot 20 moet beheersen.

En daarna tot 30.

Veel rekenplezier!

Wil je meer begeleiding bij rekenproblemen dan is de rekenmodule van Beeld en Brein voor ouders misschien een idee.

Anneke Bezem
Marjon Lugthart

Beelddenken en rekenen

Anneke en Marjon

 

Over de schrijver
Anneke Bezem M.Sc. is gespecialiseerd in cognitieve stijlen, m.n. beelddenken.