Beelddenken en taaldenken, twee cognitieve stijlen die anders leren en denken.

Beelddenken en taaldenken, twee cognitieve stijlen die anders leren en denken.

Vanaf het vierde jaar ontstaat een duidelijke voorkeur voor beelddenken of taaldenken.

Uit wetenschappelijk onderzoek komt naar voren dat mensen vanaf hun vierde jaar een duidelijke voorkeur ontwikkelen voor beelddenken (de visuele cognitieve stijl) of taaldenken (de verbale cognitieve).


Wat is een cognitieve stijl?

Een cognitieve stijl geeft de manier aan waarop mensen denken, leren, waarnemen, informatie verwerken en problemen oplossen. Het is een aspect van iemand persoonlijkheid.

Beelddenkers werken vanuit het geheel.

Beelddenkers denken en leren vanuit het geheel al associërend naar de kern. Dit gaat niet netjes op volgorde. Ze zien in dit proces logische verbanden vanuit overeenkomsten. 

Debeelddenkers hebben het lastig in het huidige onderwijssysteem: ze onthouden de kennis pas als ze die kunnen inpassen in het geheel. Het geheel volgt meestal aan het eind van een leerperiode. 

Beelddenken geeft problemen binnen het talige onderwijssysteem.

Beelddenken op zich hoeft geen problemen te geven. Het is juist belangrijk de talenten van beelddenken te benutten en optimaal te ontwikkelen. Het snelle en associatieve denken zal creatieve en originele oplossingen bevorderen. Door te werken vanuit het geheel heeft een beelddenker het overzicht en kan daardoor snel logische verbanden en oplossingen `zien`.

Beelddenken vroegtijdig (h)erkennen.

Door het vroegtijdig herkennen en erkennen van het beelddenken, kunnen veel (leer)problemen worden voorkomen. 


Kenmerken van Beelddenken. (opgesteld door Nel Ojemann)

De kenmerken van beelddenken zijn verdeeld in de categorieën:

  • spreken
  • luisteren
  • taalontwikkeling motorische ontwikkeling
  • oriëntatie in tijd en ruimte
  • overige kenmerken
  • werkhouding

Spreken

  • zwakke articulatie
  • onduidelijk praten (binnensmonds gemompel)
  • struikelen over woorden (denken gaat sneller dan praten)
  • verhaspelen van woorden
  • veel gebaren maken als ze vertellen

Luisteren

  • gericht luisteren blijft achter bij ontdekkend zien
  • vertraagde of te snelle reactie op aanwijzingen en opdrachten
  • luisteren met een ‘half oor’
  • moeite met het verwerken van mondelinge informatie (onthouden van instructies, bij langdurige instructies de rode draad kwijtraken)
  • veel misverstanden, té letterlijk opvatten van wat er wordt gezegd;
  • standjes, voor anderen bedoeld, persoonlijk opvatten)

Taalontwikkeling

  • moeite met het koppelen van woorden aan beelden
  • woordvindingsproblemen (dinges, die, dat…)
  • eigen(aardig) woordgebruik
  • weinig lijn in de verhalen die ze vertellen (grote gedachtesprongen,    achteraan of zomaar ergens midden in het verhaal beginnen, verhalen hangen als los zand aan elkaar)
  • vrij beperkte, maar wel originele woordenschat

Motorische ontwikkeling

  • slechte fijne motoriek
  • rommelig handschrift
  • verhoogd ongeluksvatbaar
  • onhandig
  • geen ritme- of maatgevoel

Oriëntatie in tijd en ruimte

  • gebrekkig tijdsbesef
  • moeite met oriënteren in de ruimte
  • verwarren links/ rechts
  • moeite om zaken op (volg)orde te houden

 Overige kenmerken van beelddenken

  • vertraagde ontwikkeling (cognitief/ affectief/ lichamelijk)
  • té kinderlijk gedrag (jong voor hun leeftijd)
  • clownesk gedrag oververmoeid, zeker als de vakantie nadert
  • korte spanningsboog (concentratieproblemen)
  • veranderlijk, gemakkelijk af te leiden
  • wisselend prestatiepatroon
  • moeite met het afmaken van dingen
  • moeite om de aandacht te verdelen
  • afhankelijk van omstandigheden (systematiek/ structuur uit de omgeving)
  • impulsief/ associatief
  • onverwacht heldere vragen en oplossingen voor problemen
  • inzicht ontstaat als bij toverslag (Aha-erlebnis)
  • groot doorzettingsvermogen (uit lijfsbehoud)
  • fantasieverhalen, op het leugenachtige af
  • moeite met het verwoorden van gevoelens/emoties
  • veel fantasie, vindingrijk, origineel
  • tot het uiterste doorgevoerde hobby’s
  • dromerig/ teruggetrokken (eigen wereldje)
  • (over)gevoelig/ emotioneel kwetsbaar
  • te resoluut optreden om onzekerheid te verbergen
  • faalangst
  • overdreven rechtvaardigheidsgevoel
  • hoge empathie/ sociaal zeer bewogen
  • staat vaak wat alleen tussen broertjes/ zusjes
  • lage frustratiedrempel
  • koppig/ halsstarrig
  • rommelig/ chaotisch
  • moeite om zich aan afspraken en regels te houden
  • ongedisciplineerd (tekort aan zelfdiscipline)
  • vergeetachtig

Werkhouding

  • neiging snel tevreden te zijn over eigen prestaties
  • onvermogen eigen handelen kritisch te bekijken
  • weerstand tegen nakijken van gemaakt werk (zelf controleren, eigen prestaties nog eens onder de loep nemen)
  • gevoel al klaar te zijn met het (huis)werk als ze er eigenlijk nog maar net een eerste gooi naar gedaan hebben
  • te gehaast tempo met als motto ‘af is af’
  • raffelende, vluchtige manier van werken: vlug, vlug en nog eens vlug
  • moeite om het (huis)werk helemaal af te maken
  • moeite om zaken te ordenen (bijv. agenda)
  • moeite om zaken systematisch aan te pakken

Hoe kan ik als ouder helpen?

Hulp voor ouders bij Beelddenkers.

Speciaal voor ouders die hun beelddenker willen ondersteunen hebben wij de ledenomgeving van Beeld en Brein ontwikkeld.

Wat vind je in de ledenomgeving van Beeld en Brein?

In de ledenomgeving vind je praktische informatie over:

  •  beelddenken en taaldenken (lezing van 45 minuten)
  • leerstrategieën (wetenschappelijk onderbouwd)
  • lezen,
  • spelling
  • rekenen, tafels leren, automatiseren van plus en min, verhaaltjessommen, klokkijken, breuken, procenten, metriek stelsel, ...
  • faalangst
  • concentratie
  • signaleringslijsten
  • praktische oefeningen
  • werkbladen 
  • posters
  • e-books

Wil je meer weten over de ledenomgeving? Klik hier.

Misschien tot in de ledenomgeving, waar je alle mogelijkheden hebt op ondersteuning van het Beeld en Brein Team.

Anneke Bezem