Beelddenken en verhaaltjessommen

Beelddenken en `verhaaltjes` sommen

Beelddenken en verhaaltjessommen is vaak niet zo’n goede combinatie. Verhaaltjessommen komen voor op de basisschool bij rekenen, maar ook in het voortgezet onderwijs bij o.a. wiskunde, economie, natuurkunde,…
Een Beelddenker vindt het lastig om contextsommen (verhaaltjessommen) op te lossen. Zij verliezen zichzelf in het beeld en zijn vaak niet in staat om de rekenformule uit het verhaal te halen.

T
aaldenken en een verhaaltjessom

Een taaldenker verwerkt zijn informatie vanuit de analyse op tijd en volgorde. De taaldenker zal dus netjes op volgorde het probleem stap voor stap uitwerken en berekenen. Hij kan prima alle oplossingsstappen laten zien.

Beelddenken en een `verhaaltjes`som

Een beelddenker verwerkt zijn informatie vanuit het geheel associërend naar een oplossing. Dit is een chaotische manier en gaat niet netjes op volgorde. Hij `ziet` en weet de oplossing. Maar de beelddenker kan niet vertellen hoe hij aan het antwoord komt.

Hoe lost een taaldenker een `verhaaltjes` som op?

Laten we eens naar het volgende voorbeeld kijken.

Twaalf knikkers in een knikkerzak

Er zitten twaalf knikkers in een knikkerzak. Vier vrienden willen de knikkers verdelen en dan een potje knikkeren spelen. Zij willen de knikkers op een eerlijke manier verdelen. De vraag is nu: `Hoeveel knikkers krijgt ieder?`

De taaldenker redeneert logisch, stap voor stap.

Dat gaat ongeveer zo:

  1. Twaalf knikkers
  2. Verdeeld over vier vrienden
  3. Ieder krijgt evenveel
  4. Dat betekent twaalf knikkers verdelen over vier vrienden
  5. Dus twaalf gedeeld door vier
  6. En 12:4=3
  7. Ieder van de vier vriendjes krijgt drie knikkers
  8. Antwoord is drie knikkers.

Je ziet dat bovenstaande stappen op tijd en volgorde gaan.

Hoe lost een beelddenker een `verhaaltjes` som op? De beelddenker doet dit heel anders.

We nemen hetzelfde voorbeeld, dus twaalf knikkers in een zak.

De beelddenker krijgt ongeveer de volgende serie beelden:

  1. Ziet zichzelf en de knikkerzak en de drie vriendjes eromheen
  2. Ieder vriendje pakt een knikker
  3. Dan pakt iedereen nog een knikker
  4. Daarna pakt ieder vriendje nog een knikker en de knikkerzak is leeg
  5. Hij heeft nu drie knikkers en dat is het antwoord.

Zoals je ziet gaat dit snel en ogenschijnlijk onlogisch. Deze serie beelden komen niet bewust. Het is een onbewust, snel proces.

Dit verklaart waarom de Beelddenker snel een antwoord geeft en niet weet hoe hij aan het antwoord komt. Hij `zag` het antwoord gewoon!

Wat is nu het probleem bij het oplossen van `verhaaltjes` sommen voor een beelddenker?

Het probleem is dat binnen het onderwijs de oplossingsstappen moeten worden opgeschreven. Alleen een antwoord is niet voldoende. Met alleen een goed antwoord red je het niet!

Als ik, als wiskunde docent, naar mijn eigen vak kijk, gaat het als volgt.

Een leerling maakt een examen van bijvoorbeeld twintig opgaven. Voor elke opgave zijn meestal tien punten te verdienen. Voor het antwoord één punt en voor de oplossingstappen negen punten. Als de leerling alleen de juiste antwoorden opschrijft en niet de oplossingsstappen krijgt hij voor elke opgave één punt. Hij scoort dan 20 punten en dat is een dikke onvoldoende.

Maar als een leerling alle oplossingsstappen heeft opgeschreven, maar gaandeweg een rekenfout maakt, wordt alleen het antwoord fout gerekend. Dus de negen punten voor de oplossingsstappen worden wel gegeven. Dit betekent dan een voldoende voor het examen en waarschijnlijke een dikke voldoende.

Een beelddenker moet oplossingsstappen ontwikkelen.

Het is dus belangrijk dat de Beelddenker de oplossingsstappen leert ontwikkelen.

Hoe kunnen we dat aanpakken. Het is dan belangrijk dat de beelddenker oefent met procedures.

Procedures

De problemen van de `verhaaltjes `sommen worden technisch gezien opgelost vanuit het concept: procedures.

Binnen procedures wordt er op tijd en volgorde gewerkt. Tijd en volgorde zijn juist de zaken die lastig zijn voor een Beelddenker.

Met tijd meten we een verandering. En een Beelddenker let niet op veranderingen/verschillen maar op overeenkomsten.

En bij volgorde kijken we naar de manier waarop dingen elkaar volgen. Eerst dit en dan dat; op volgorde.

Dat is lastig voor een beelddenker! Hij is een associatieve denker. Dat veroorzaakt chaos in zijn hoofd. De beelddenker heeft structuur en duidelijke kaders nodig.

Pas als de beelddenker zich bewust kan oriënteren op procedures, kan hij tot oplossingsstappen komen.

Hoe ontwikkelen we procedures op de basisschool?

We hebben een leuke oefening om procedures te ontwikkelen.

Oefening:

Een fantasie kasteel bouwen op aangegeven volgorde

Materiaal:

Gekleurde vouwblaadjes

Hoe gaat de oefening om procedures te ontwikkelen?

Knip geometrisch vormen in tweevoud en in verschillende kleuren zoals cirkels, vierkanten, driehoeken, rechthoeken.

Opdracht

Voorbeeld om na te bouwen

Maak een bouwwerk en nummer de volgorde van bouwen. Zie foto van het totale bouwwerk.

De Beelddenker bouwt het bouwwerk na. Hij doet dit met dezelfde vorm in dezelfde kleur en bouwt volgens de nummers  1,2,… Zie foto’s.

Start met bouwen

foto 2

foto 3 het eindresultaat

Maak veel verschillende opdrachtkaarten. Dit zal de procedures tijd en volgorde effectief  ontwikkelen!

En… het is ook nog eens een hele leuke oefening!

Deze oefening sluit naadloos aan bij de informatieverwerking van een Beelddenker.

We werken met het fantasie kasteelbouwwerk vanuit het geheel naar de ordening van tijd en volgorde. En werken met deze oefening vanuit de talenten van de Beelddenker!

Veel bouwplezier met onze Beelddenker!

Wil je ook de kleurmethode leren gebruiken om op een gestructureerde manier een verhaaltjessom aan te pakken? Dit leggen we uit in de rekenmodule van de Beeld en Brein Ledenomgeving. We bieden de mogelijkheid om een drie-maanden-abonnement te nemen met 45% korting. Ik wil graag meer informatie over de rekenmodule.

Veel rekenplezier!

Anneke Bezem en Marjon Lugthart