Page content

article content

Denken in beelden

 Denken in beelden

Beelddenken en taaldenken zijn twee cognitieve stijlen die anders leren en denken.

Denken en beelden (Beelddenken) noemen we in de wetenschap de visuele cognitieve stijl. Beelddenkers werken vanuit het geheel en hebben een voorkeur voor beeld.
Taaldenken noemen we in de wetenschap de verbale cognitieve stijl. Taaldenkers werken vanuit de analyse en hebben een voorkeur voor taal. Kinderen met een analytische leerstijl en een voorkeur voor taal zijn in het voordeel in ons talige onderwijssysteem, de beelddenker daarentegen heeft het moeilijk.

Ervaar zelf

Denk eens aan het woord 'boot'. Je kunt dan in gedachten een boot voor je zien: een grote mast met een geel zeil, een wapperende vlag en de kabbelende golven tegen de boot aan. Of je kunt de letters van het woord boot (b-o-o-t) in gedachten krijgen. Het zijn twee geheel verschillende manieren van denken van denken bij het horen van hetzelfde woord; beelddenken en taaldenken, de visuele cognitieve stijl of de verbale cognitieve stijl.denken in beelden

Cognitieve stijl

Een cognitieve stijl geeft de manier aan waarop mensen denken, leren, waarnemen, informatie verwerken en problemen oplossen. Het is een aspect van iemands persoonlijkheid.

Taaldenken

Geschreven taal staat zwart op wit en kan zo gekopieerd worden. Dit is precies de manier waarop de taaldenker zijn informatie verwerft en verwerkt.
Hij werkt vanuit de kern naar het geheel en trekken logische conclusies. Een taaldenker onthoudt de leerstof letterlijk en voert opdrachten op volgorde uit.

Beelddenken

Beelddenken is denken in beelden en gebeurtenissen, niet in woorden en begrippen. Het kan omschreven worden als een ruimtelijke manier van denken. Het is een oorspronkelijk denkproces waarbij zintuiglijke informatie gelijktijdig wordt verwerkt.
De beelddenker denkt associatief en overziet het geheel. Hij voegt eigen ervaring en kennis toe en ziet logische verbanden. Van het geheel gaat hij naar de kern.
Beelddenkers zien beelden van situaties en gebeurtenissen, waarin meerdere zaken tegelijkertijd zichtbaar worden. Daardoor overziet de beelddenker snel het geheel en doorziet hij snel de oplossing. Maar nu nog onder woorden brengen, dat is een probleem.

Wetenschappelijk

Bartlett (1932), Paivio (1971) en Richardson (1977) waren de eersten die spraken van de cognitieve stijlen: visualizers (beelddenken) versus verbalizers (taaldenken).
De visualizer (beelddenker) werkt vanuit het geheel met beelden.
De verbalizer (taaldenker) werkt vanuit analyse met taal.

Wetenschappelijk onderzoek

In juni 2010 heeft Jaap Murre, hoogleraar Theoretische Neuropsychologie aan de Universiteit van Amsterdam, het wetenschappelijk onderzoek `The Rise and fall of immediate and delayed memory for verbal and visuospatial information from late childhood to late adulthood `afgerond. (Acta Psychologica, 2013)
Uit dit wetenschappelijk onderzoek komt onder andere duidelijk naar voren dat mensen vanaf het vierde jaar een voorkeur ontwikkelen voor één van de twee geheugensystemen; het visuele (beelddenken) of het verbale (taaldenken).
Dit is een mooi gegeven, omdat dit aangeeft dat er een voorkeur bestaat voor één van beide. Slechts een gering aantal mensen heeft geen voerkeur en hanteert het voor dat moment meest handige.

Spatial versus Object visualizers
Nieuwe inzichten van de visuele cognitieve stijl (beelddenken).

Het wetenschapsteam Maria Kozhevnikov (Rutgers University), Stephen Kosslyn en Jennifer Sephard (Harvard University, 2005) heeft zich gericht op de cognitieve stijlen: de visualizer-verbalizer ( Kirby, Moore & Shofield, 1988; Paivio, 1971; A.Richardson, 1977; Riding & Cheema, 1991).

Kozhevnikov en haar team onderscheiden niet alleen `verbalizers` en `visualizers’ , maar vonden verschillen in cognitief functioneren bij de visualizers. Binnen de groep visualizers onderscheiden zij twee subtypes:
object visualizers;
spatial visualizers.
Dit gegeven wordt in het huidige onderzoek door Jaap Murre, hoogleraar Theoretische Neuropsychologie in samenwerking met Anneke Bezem M.Sc. verder onderzocht. Op dit moment zijn zij bezig om valide testprofielen voor leerlingen te maken zodat we passend onderwijs kunnen bieden.

denken in beeldenGeboren als beelddenker

Ieder mens is bij zijn geboorte voor honderd procent een beelddenker; taal kent een baby nog niet. Gaandeweg de ontwikkeling leren kinderen praten. Klanken worden gekoppeld aan beelden.
Het bed waarin je ligt, hoort bij de klanken b - e - d.
Het kind leert wat er wordt bedoeld bij het uitspreken van woorden en zinnen. Op een gegeven moment roept een bekende klank (slapen) een bepaald beeld op (bed). Doordat kinderen dit beeld weer kunnen oproepen, zijn zij in staat om het woord dat bij een bepaald voorwerp hoort, te koppelen aan het beeld wat zij ervan hebben. Pas wanneer zij deze vertaalslag in hun hoofd hebben gemaakt, horen zij echt wat er gezegd is. Het beeld is dus, zeker in de beginjaren, een noodzaak om de taal te leren.
Kinderen leren praten door de klanken die zij van volwassenen opvangen te imiteren en passen daarbij al lerende het ordeningsprincipe van volgorde toe. Wat zij vertellen komt in volgorde overeen met hoe volwassenen het vertellen, op volgorde van tijd: taaldenken.
Wanneer dit proces zich goed ontwikkelt, gaat het denken in beelden (beelddenken) steeds verder over in taal (taaldenken).

Vanaf het 4e jaar

Vanaf het vierde jaar ontwikkelt het kind een voorkeur voor één van de beide manieren van informatie verwerven en verwerken.
Rond het tiende jaar heeft dit proces zich voltooid en kun je zeggen of iemand de visuele cognitieve stijl (beelddenken) of de verbale cognitieve stijl (taaldenken) dominant gebruikt.

Onderwijs

Denken in beelden is vaak lastig binnen het onderwijs omdat het onderwijs grotendeels aansluit bij de informatieverwerving en –verwerking van een taaldenker.
In ons onderwijssysteem ligt de nadruk juist voor het grootste gedeelte op seriële informatieverwerking (lezen, spelling, algoritmen en procedures bij rekenen)
Beelddenkers hebben moeite met het verwerken van seriële informatie (tijd en volgorde). Zij willen informatie simultaan (gelijktijdig) verwerken. Details onderscheiden is moeilijk voor een beelddenker. Hij werkt op overeenkomsten en kijkt niet naar verschillen.

Groep 2

In groep 2 vallen beelddenkende kinderen in dit proces al op. Ze zien en horen niet de woorden met hun afzonderlijke letters, maar de (driedimensionaal) beelden die hen vertellen wat een woord betekent. Ze onthouden niet wat ze zien van een woord (de letters, de schrijfwijze), maar ze onthouden wat ze er van weten (ervaring, gevoel). Het beeld vertelt hen genoeg.
De belevenis staat bij beelddenkende kinderen voorop, omdat ze woorden eerst moeten vertalen in beelden om ze te kunnen begrijpen.denken in beelden
Klankwoorden die ze niet begrijpen, waar ze geen beeld bij hebben, zullen ze dan ook zo aanpassen dat ze voor hen wel een betekenis krijgen. Aan klanken die ze wel begrepen hebben, voegen ze de essentie van de belevenis toe die ze erbij hebben.
Alles wat beelddenkers willen vertellen, speelt zich van tevoren in hun hoofd af.
Het nadeel daarvan is dat ze de beelden achteraf moeten vertalen in woorden. Dit maakt het voor hen heel erg moeilijk om een goed samenhangend verhaal te vertellen. Wat heb je verteld en wat niet, waar begin je met vertellen en wat is dan het einde van je verhaal? Een beeld heeft namelijk geen begin en geen eind. Een verhaal wel.
Daar komt ook nog eens bij, dat woorden waar beelddenkers geen beeld bij kunnen vormen (lidwoorden, abstracte zelfstandig naamwoorden, bijvoeglijk naamwoorden, enzovoort) door hen niet vaak gebruikt zullen worden tijdens het spreken en schrijven, omdat deze zonder beeld voor hen geen betekenis hebben. In geschreven verhalen, zullen deze dan ook vaak ontbreken.

De verschillen op een rij

Visuele cognitieve stijl
(beelddenken)

  • visueel ingesteld
  • associatief tijd en volgorde
  • overeenkomsten
  • vanuit het geheel
  • inzicht en doorzicht
  • logische verbanden

Verbale cognitieve stijl
(taaldenken)

  • auditief ingesteld
  • analyse
  • verschillen
  • vanuit de kern
  • reproduceren
  • logische conclusies

 Horen en luisteren

Kinderen die als voorkeursdenken het denken in beelden hebben (de visuele cognitieve stijl) zijn auditief vaak zwak. De ogen gaan voor de oren. Beelddenkers kunnen goed horen, maar het luisteren is zwak.
Als beide oren goed functioneren, kun je goed horen. Maar dat wil nog niet zeggen dat je goed kunt luisteren.
Kinderen die moeite hebben met lezen en/of spellen kunnen de verschillende klanken in onze taal niet goed onderscheiden.
Bijvoorbeeld: geel – gil en vullen – veulen.
Dit heeft te maken met hoe informatie binnenkomt die via de oren binnenkomt in de hersenen wordt verwerkt.
Het is aan te raden om met deze kinderen luisteroefeningen te doen, zodat zij klanken beter leren onderscheiden.
Onderstaande oefeningen zijn leuke, effectieve oefeningen om klanken te leren onderscheiden.

Wat hoor ik waar?

Het kind zit met gesloten ogen.
Tik met een potlood op de tafel, links of rechts. Het kind geeft aan waar het geluid vandaan kwam.
Een variatie is om het kind met de ogen dicht een geluid en richting te laten herkennen. Zij luisteren eerst en dan raden zij.
Nog meer oefeningen met geluiden en richting:

  • een stoel verplaatsen
  • een lucifer aansteken
  • een sleutelbos bewegen
  • een knikker rollen
  • een gum laten vallen
  • een boek dichtdoen
  • klikken met een baalpoint
  • papier kreukelen

Rijmen

Het kind moet eerst weten wat rijmen betekent. Dus leg uit wanneer woorden rijmen.
Bijvoorbeeld: op `maan` rijmt: haan-kraan-banaan. Laat het kind ook een voorbeeld geven om te controleren of hij het rijmen heeft gegrepen.
Nu rijmen op de woorden:

  • boot
  • muis
  • deur
  • boom

Luisteren naar verschillen

Zeg twee zinnen waarin één woord anders is. Het kind geeft aan welk woord dat is.
Het kan handig zijn een zin uit een boek te pakken..
Bijvoorbeeld:
De hond van de buurvrouw speelt in de kamer.
denken in beeldenDe hond van de buurvrouw speelt in de keuken.

De hond van de buurvrouw speelt in de kamer.
De hond van de buurvrouw rent in de kamer.

De hond van de buurvrouw speelt in de kamer.
De hond van de buurvrouw speelt in een kamer.

Rijmt het?

Zeg twee woorden. Het kind geeft aan of de woorden wel of niet rijmen.
Bijvoorbeeld:
koek-snoek
kies-vies
bek-fik
kip-schip
rus-reus
kat-mat

Verbaal-auditief werkgeheugen

Doordat de beelddenker auditief zwak is, is het aan te raden om oefeningen met hem te doen die het verbaal-auditief werkgeheugen verbeteren. Veel cognitieve vaardigheden hangen van het werkgeheugen af.
Uit recent wetenschappelijk onderzoek is naar voren gekomen dat het werkgeheugen niet vast ligt bij de geboorte. Het onderzoek gaf zelfs aan dat het verbeteren van het werkgeheugen de intelligentie opkrikt.
Onderstaande oefeningen helpen bij het verbeteren van het verbaal-auditief werkgeheugen.

Cijferreeks nazeggen

De leerkracht zegt een cijferreeks en stelt de vraag: Kun je de volgende cijferreeks nazeggen?``
Bijvoorbeeld: De leerkracht zegt: Vijf, twee, acht, drie. De leerling zegt de cijferreeks na in dezelfde volgorde.
Als dit lukt, gaan we een stap moeilijker. `Ik zeg een cijferreeks en jij zegt de cijfers na in omgekeerde volgorde.`
Ik zeg bijvoorbeeld: drie, acht, twee, vijf. Jij zegt dan: vijf, twee, acht en drie.
In omgekeerde volgorde nazeggen, doet echt een beroep op het werkgeheugen.

Woorden nazeggen.

De oefening gaat hetzelfde als bovenstaande oefening: cijferreeksen nazeggen.
De leerkracht zegt bijvoorbeeld: aap, hond, olifant, poes.
De leerling mag de rij woorden nazeggen en als dat soepel verloopt in omgekeerde volgorde nazeggen.

Leerstrategieën gericht op Beelddenken

Onze organisatie Beeld en Brein ontwikkelt leerstrategieën vanuit het evidence-based principe

Deze leerstrategieën zijn gericht op beelddenken; vanuit het geheel naar de delen.
De leerstrategieën zijn een weerspiegeling van hoe onze hersenen omgaan met begrippen, associaties bij begrippen en relaties tussen de begrippen. De leerstrategieën worden allemaal ondersteund vanuit de wetenschap.

De strategieën bestaan uit

denken in beelden

Visual thinking method, a two-step procedure, kent twee technieken die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en ook complementair aan elkaar zijn. De twee technieken bestaan uit: inzicht in de tekst met color markup en effectief leren van de tekst met mapping technique.
De tekst wordt vanuit het geheel geanalyseerd door middel van een kleurenpatroon. De leerling ontwikkelt daardoor een beter tekstbegrip. Bij de tekst wordt een conceptmap (gestructureerde mindmap) gemaakt. Wetenschappelijk onderzoek toont een een significante verbetering van het tekstbegrip en het leren van teksten aan. Meer informatie.

K-map (Knowledge-map), die wordt gebruikt bij teksten met veel feiten en weinig structuur.
Deze mapping technique is een techniek om relaties tussen verschillende begrippen in een hiërarchische structuur te visualiseren. De werking van deze techniek is een weerspiegeling van hoe onze hersenen omgaan met begrippen en associaties.
Het voordeel van de K-map is het overzicht van de tekst en inzicht in de dwarsverbanden. Dit geeft tijdswinst door minder leestijd. De K-map is wetenschappelijk onderbouwd.

BiK-map (Bilingual Knowledge map), die wordt gebruikt bij het leren van woorden uit een andere taal, bijvoorbeeld Engels, Frans of Duits.
Deze mapping technique sluit aan bij hoe onze hersenen omgaan met associaties bij woorden en relaties tussen de woorden. De BiK-map is wetenschappelijk onderbouwd.

Rekenen met kleur, waarbij de leerling leert op een gestructureerde manier contextsommen aan te pakken om de rekenformule te ontdekken.

Anneke Bezem M.Sc. heeft de leiding over de organisatie Beeld en Brein en verzorgt verschillende opleidingen om beelddenkers te coach of onderzoeken.
Anneke doet samen met de cognitieve neuropsycholoog Jaap Murre van de Universiteit van Amsterdam wetenschappelijk onderzoek naar Leerstrategieën voor beelddenkers. Op dit moment zijn zij bezig om valide testprofielen voor leerlingen te maken zodat we passend onderwijs kunnen bieden.

Opleiding Beeld en Brein Coach

Er is landelijk een netwerk van Beeld en Brein coaches opgeleid om deze leerstrategieën aan te bieden binnen scholen of individueel aan kinderen.

`Wil je je zelf een kind kunnen coachen met leerstrategieën?`

`Wil je kunnen screenen op oog-samenwerkingsproblemen?`

`Wil je kunnen screenen met het Wereldspel op Beelddenken?`

Misschien is de opleiding Beeld en Brein Coach dan iets voor je. Er zijn ook ouders die meedoen om hun eigen kind te kunnen begeleiden. Klik hier voor meer informatie over de opleiding.

Opleiding Beeld en Brein Specialist

`Wil je het Beelddenken leren diagnosticeren?` Kijk dan naar de opleiding Beeld en Brein Beelddenk-specialist. Klik hier voor meer informatie.

Een Beeld en Brein Beelddenk-specialist neemt een Individueel Onderwijskundig Onderzoek af om Beelddenken te diagnosticeren.

beelddenken

Anneke Bezem tijdens een opleiding